Het was een eer te worden uitgenodigd om een stukje uit mijn nieuwe boek voor te lezen op de dodenherdenking. Lastig om een stukje te kiezen dat ook maar 5 minuten mocht duren. Ik koos voor een scène dat soldaten het huis van hoofdpersoon Heleen binnendringen en alles overhoop gooien, op zoek naar onderduikers.
Normaal gesproken volg ik de nationale dodenherdenking op tv, maar eerlijk gezegd vond ik die in mijn dorp ontroerender dan die op tv. Bijzonder aangrijpend vond ik dat de namen van alle slachtoffers genoemd werden en de omstandigheden waarin ze sneuvelden. Al is het dan zo lang geleden, het is heel belangrijk te blijven herdenken. De meesten waren nog zo jong, hadden amper geleefd…
De dag ervoor werden hier in het dorp zgn. ‘stolpersteine’ ofwel struikelstenen onthuld. Voor degenen die niet weten wat dat zijn: goudkleurige straatstenen met naam en sterfdatum van het joodse slachtoffer van het nazi-regime. De stenen worden doorgaans gelegd voor de huizen waar de slachtoffers woonden voordat ze opgepakt werden. Heel bijzonder dat van een familie zelfs nabestaanden helemaal vanuit Israël waren gekomen! De opperrabbijn sprak een gebed uit en de burgemeester onthulde de stenen. Na de onthulling was er een lezing door een historicus over de slachtoffers. Hij kon heel interessant vertellen. Wat me het ergste aangreep was een interview met mevrouw Lore Gottlieb-Terhoch. Zij had de oorlog overleefd door onder te duiken en op dat adres maakte ze de bevrijding mee. Ze beschreef dat ze samen met iedereen de straat op ging, juichend omdat ze vrij waren. Totdat ze zich ineens realiseerde of ze nog een thuis had om naar terug te gaan, of er nog familieleden in leven waren. Toen draaide ze zich om, ging naar binnen en huilde. Onvoorstelbaar om zoiets mee te moeten maken.
Een goed initiatief, die struikelstenen. Gelukkig was de herdenking rustig en respectvol. Geen rotzooitrappers, zoals je tegenwoordig zo vaak ziet. Dat is het voordeel als je in een klein dorp woont, denk ik.

