Tot nu toe heb ik gelukkig nog nooit last gehad van een writers block. Soms is het begin wat lastig, maar ik probeer me iedere avond ertoe te zetten iets te schrijven. Blijkt het niks te zijn, dan kun je altijd nog schrappen of veranderen. Een leeg document valt niet te wijzigen.
Zoals jullie weten, speelt mijn nieuwe boek zich af in twee tijdlijnen: een in 1947 (het hoofdverhaal) en een in 1972. Lizzy’s verhaal vloeide als vanzelf uit mijn digitale pen. Maar met Shannon in 1972 is het een ander verhaal! Zelf was ik al niet echt tevreden met het resultaat, maar ook Neeltje, de proeflezeres, merkte het. Hmm, hoe moest ik het dan veranderen? Wat spannender maken? Je wil toch niet hebben dat de lezers al afhaken voordat het ‘echte’ verhaal begint!
Versie twee viel bij Marjon, de redacteur, ook al niet in de smaak. Te spannend, ook niet goed. Hè, weer een slapeloze nacht! En Shannon bleef maar door mijn hoofd spoken… En dat terwijl ze eigenlijk een hele aardige meid is, empathisch en vriendelijk. Wat moest ik nu weer verzinnen? Even wegleggen dan maar. Concentreren op andere delen van het verhaal. Een andere, belangrijke scène moest ook herschreven worden.
Marjon had bij haar opmerkingen wel een ideetje toegevoegd, daar kon ik eens over nadenken. En gelukkig ontstond er een nieuw idee.
Je wil het tijdsbeeld schetsen; de jaren zeventig. Ik kan me die nog heel goed herinneren. Maar ook wilde ik iets meer toevoegen aan Shannons verhaal, een beetje meer drama in haar leven. Een klein beetje maar…
En daar kwamen de woorden van versie drie. Een begin met een incident, maar toch blijft Shannon overeind, ze is een stoere meid en wel wat gewend met drie oudere broers.
Gespannen wachten op het oordeel van Marjon. Het verlossende woord: lijkt me niet gek, Karin. Je kunt als lezer even ontspannen en je zit gelijk in het tijdsgewricht.
Opluchting! Ik heb er weer zin in om te herschrijven, de zinnen te verfraaien en zo langzaam een mooi verhaal te scheppen.
Schrijven geeft heel vaak energie, maar soms is het een worsteling!

